maandag 19 mei 2008

Boerke Naas (Guido Gezelle)

Wie heeft er nog het lied gehoord
Het lied van boerken Naas.
't Is waar, 't en had geen leeuwenhart
Nochtans, 't en was niet dwaas
Boer Naas, die was twee runders
Gaan verkopen naar de stee
En bracht als hij naar huis toe kwam
Zes honderd franken mee

Boer Naas die maar 'nen boer en was
Nochtans was scherp van zin
Hij ging en kocht een zevenschot
En stak er kogels in
Alzo kwam Naas, met stapkens licht
En met de beurze zwaar
Hij zei: Och 'k wilde dat ik thuis
Al in mijn bedde waar!

Al met ne keer. Wat hoort boer Naas
Juist achter hem in dien tronk?
Daar roert ietwat. Daar loert ietwat
't Dacht Naasken dat verzonk!
En eer dat 't ventje asem had
Zoodanig was 't ontsteld
Daar grijpen Naas twee vuisten vast
En 't ligt daar neergeveld

't En hoorde noch, 't en zag bijna
En 't voelde bijna niet
Tenzij dat 't een pistole zag
En hoorde zeggen: 'k Schiet
Ik schiet zoo gij op staande voet
Niet al Uw geld en geeft
En g'hebt van hoe ge weert, nee man
Uw laatste dag geleefd!

Boer Naas, die alle dagen, vijf
Zes kruisgebeden bad
Om lang te mogen leven, peist
Hoe hij in nesten zat.
Wat zal ze zeggen, kreesch boer Naas
Wanneer ik huiswaarts keer?
Hij heeft het weerom al verlapt!
Gij zatlap, nog 'nen keer.

Hoort hier, mijn vriend, believe 't U
Toog dat gij minzaam zijt.
Och schiet ne kogel door mijn hoed
En spaar mij 't vrouw verwijt
'k Zal zeggen als ik thuis geraak
Men heeft mijn geld ontroofd
En letter scheelde 't of ik had
Ne kogel door mijn hoofd

De dief die meer van kluiten hield
Als van boer Naas zijn bloed
Schoot straks ne kogel deur
Den bom van zijnen hoed
Bedankt, zei Naas en greep zijn slep
Schiet nog een deur mijn kleed;
De dief legt aan, en Naasken houdt
Zijn piteleerken gereed

Schiet nog een door mijn broek, zei Naas
Toen peist mijn wijf, voorwaar
Als dat ik bij mirakel ben
Ontsnapt aan lijfsgevaar;
De rover zegt: Nu zal 't wel gaan
Waar is de beurze. Snel!
'k En heb noch tijd noch kogels meer.
Ik wel! Zegt Naas. Ik wel.

Zijn zevenschot haalt Naas toen uit.
En spreekt: Is 't dat ge u niet
In een, twee, drij van hier en pakt
Gij galgendweil, ik schiet
Ik schiet zo gij mij nader komt
Uw domme kop in gruis.
En als gij Naas nog beroven wil,
Laat uw verstand niet thuis

En loopen dat die rover deed,
De beenen van zijn lijf
Zo snel, dat 't onbeschrijflijk is
Hoe snel dat ik het schrijf!
Hier stoppe ik, dicht nen ander nu.
De voois is op. Boerke Naas
't Is waar, 't en had geen leeuwenhart
Nochtans, 't en was niet dwaas